“Ik zei het nog, ze gaan niet dicht!”

Het afvoeren van grootschalige biomassa in Gent gebeurde zonder minister van energie in functie en diende om politieke machtsverhoudingen scherp te stellen. Met andere woorden: de meest duidelijke beslissing van de afgelopen 15 jaar energiebeleid blijkt dus gewoon een politiek spelletje, en is totaal niet genomen vanuit een breed gedragen visie op de toekomst van onze energiehuishouding. Dat is zonder meer doodjammer.

Of men vóór of tegen biomassa is, doet zelfs niet ter zake. De hele biomassasaga maakt pijnlijk duidelijk dat er geen enkele politieke eensgezindheid op vlak van energie bestaat, of toch niet een die verder reikt dan de volgende opportuniteit om een concurrent te tackelen. De transitie naar hernieuwbare energie is echter één van de grootste uitdagingen van onze generatie en een visie over hoe die te realiseren, zou partijgrenzen en stembusgangen moeiteloos moeten overstijgen.

Gisteravond in Leuven was er het energiedebat van YERA, een groep geëngageerde studenten die zich buigt over energievraagstukken. Het panel bestond uit de (overwegend jonge) energiespecialisten van de vijf grootste partijen: Johan Danen (groen), Bruno Tobback (sp.a), Robrecht Bothuyne (CD&V), Willem-Frederik Schiltz (Open VLD) en Andries Gryffroy (N-VA). Als opener mochten ze allemaal de energievisie van hun partij uit de doeken doen.

Energiedebat 2016 – foto YERA

Ontroerend was de eensgezindheid over waar we in 2030 of zelfs 2050 met onze energie zouden moeten staan (veel hernieuwbaar, weinig fossiel, veel innovatie en van nucleair al lang geen sprake meer). Iedereen is het ook eens dat hiervoor grote investeringen nodig zijn, en ook “ter linkerzijde” werd beaamd dat hierbij een belangrijke rol is weggelegd voor private ondernemingen. Dat de saga rond biomassa het meest recente (maar zeker geen alleenstaand) voorbeeld is van hoe het flipfloppende beleid het investeerdersvertrouwen keer op keer keldert, leek wel een detail.

Ontluisterend werd het toen uit het publiek vragen over de nabije toekomst afgevuurd werden. Verder dan one-liners om elkaar de loef af te steken ging het niet meer. Het gekibbel was volgens Bothuyne een perfecte illustratie van hoe het energie-gewijs fout gelopen was de voorbije 15 jaar.

Hallucinant tenslotte was de opening van Gryffroy om ook na 2025 nog verder te gaan met Doel 4 en Tihange 3, onze twee grootste en minst versleten kernreactoren. Geen onbelangrijke uitspraak, als dit het standpunt is van de belangrijkste Vlaamse regeringspartij. Schiltz en Bothuyne, de coalitiepartners die nog maar pas de definitieve onherroepelijke sluiting van alle nucleaire reactoren “met de hand op het hart” verdedigd hadden, vielen letterlijk van hun stoel, terwijl Tobback uitriep “ik zei het zonet nog, ze gaan niet dicht!”.

Leuk om zien voor de neutrale toeschouwer, verbijsterend voor wie toch nog overweegt om misschien mee te investeren in de broodnodige energietransitie van ons land.

De olifant op uw energiefactuur

De zopas aangekondigde verhoging van de BTW op elektriciteit is de (voorlopig) laatste in een hele reeks maatregelen die de elektriciteitsfactuur gevoelig zullen doen stijgen.

Voor wie de draad kwijt is, zetten we alles nog even op een rijtje:

Al deze afzonderlijke stijgingen samengeteld, maakt dat op 1 jaar dit gemiddeld gezin (zonder zonnepanelen) haar energiefactuur ziet stijgen met 33%. En daarbij komt nu de BTW verhoging (of eerlijker: het niet-verlengen van de BTW-verlaging), waardoor de totale stijging meer dan 50% wordt.

Concreet: Dat gemiddelde VREG-gezin dat vorig jaar nog 658 euro betaalde, kijkt in 2016 voor een zelfde verbruik aan tegen een elektriciteitsfactuur van exact 1000 euro.

En dit komt niet doordat de energie zelf duurder werd, of omdat leveranciers meer marge willen maken. Integendeel. Als de prijs voor de energie zelf nog een 35% van de totale factuur bedroeg in 2014, zal dat in 2016 slinken tot 25%. De rest, 75%, vloeit rechtstreeks of onrechtstreeks naar de overheid of door de overheid gereguleerde structuren. Anders gezegd: mettertijd (en door verschillende regeringen waarin alle partijen betrokken waren) is driekwart van de energiefactuur gewoon een belasting geworden die niet op uw aanslagbiljet staat, maar via uw leverancier geïnd wordt.

Al deze tarieven, bijdragen, heffingen enz. hebben allemaal hun eigen verantwoording, en deze is zeker niet altijd slecht. Echt groene energie moet ondersteund worden, er moet geïnvesteerd worden in onze netwerken, consumptie mag belast worden, enz. Maar voor zoveel geld hebben we wel recht op een energiebeleid met een visie die verder gaat dan putten uit het verleden vullen en (gemeente-)begrotingen op orde houden.

Over monsterboetes en blackouts

Vooreerst dit: wie wil begrijpen wat er echt aan de hand is, kan beter de kranten even terzijde leggen, de TV op blackout zetten en bijvoorbeeld één van onderstaande links (of alledrie) aanklikken:

Kenniscentrum Energyville: Mogelijk energietekort in winter 2014

Blog E&C: Bedenkingen bij een nakend stroomtekort

Netbeheerder Elia: Risico op elektriciteitsschaarste in België

Hiermee ben je technisch, praktisch en politiek al een heel eind verder.

Maar goed, met alles wat de voorbije weken in de pers is verschenen, is het logisch dat ook klanten van Elegant met heel concrete vragen zitten. Hieronder de 3 meest pertinente op een rijtje:

1- “Monsterboetes? Wordt dit doorgerekend aan de klanten?”

De mediagenieke term “monsterboetes” duidt op hoge prijzen op de onevenwichtsmarkt. Dit is een soort “continue dagmarkt” voor stroom, waar vraag en aanbod op elkaar worden afgestemd. Ook wij zijn op deze markt actief, op elk moment van de dag, om de vraag van onze klanten af te stemmen op onze eigen productie en aankoop van stroom. Als er onverwacht enkele uren een zeer hoge prijs moet betaald worden voor stroom op de onevenwichtsmarkt, is het door de aard van onze prijsformule onmogelijk dat dit doorgerekend wordt aan onze klanten. Onze vaste prijs per trimester wordt immers steeds op dezelfde manier vastgelegd: 15 dagen vóór de start van het trimester. Elegant levert dus steeds aan een vooraf gekende prijs – geen verrassingen.

Met andere woorden: wij nemen het risico op prijspieken op ons. Roekeloos, denkt u? Nee, zie vraag twee.

2- Hoe kan Elegant de monsterboetes vermijden?

Een leverancier die zelf ook “ARP” of evenwichtsverantwoordelijke is op het Elia-netwerk (zoals wij) moet ervoor zorgen dat op elk moment het verbruik van haar klanten even groot is als de som van de eigen productie, de aangekochte productie en de import. Een goed risicobeheer en goed je huiswerk maken, zorgt ervoor dat je dit evenwicht kan bewaren en hoge onevenwichtsprijzen kan vermijden. Dat doen we al lang, en zijn we dus ook deze winter weer van plan.

3- Als er een afschakeling komt, maakt het dan uit bij welke leverancier ik ben?

Neen. Elegant is net als elke andere energieleverancier aangewezen op het publiek beheerde distributienet om stroom te leveren. Als een bepaalde regio door Elia afgeschakeld wordt, zitten alle verbruikers die op dat deel het distributienet zijn aangesloten zonder stroom, ongeacht met welke leverancier ze een leveringscontract hebben. Over tijdstip en duur van een mogelijke onderbreking kunnen moeilijk voorspellingen gemaakt worden, maar Elia zelf geeft aan: “Indien afschakeling echt noodzakelijk is, dan zal dit hoogstwaarschijnlijk gebeuren tijdens de piekuren, d.i. grotendeels tussen 18.00 en 20.00 uur. De onderbrekingen zullen worden beperkt tot enkele uren.

Heeft u toch nog vragen, aarzel niet om ons te contacteren op 02 254 11 30 of op het rechtstreeks nummer van uw persoonlijke dossierbeheerder.

Het nieuwe consumentenakkoord: Elegant respecteert het, maar feest niet mee.

Vandaag wordt een nieuw consumentenakkoord voor de energiesector voorgesteld. Elegant zal dit akkoord wel naleven, maar niet ondertekenen. Waarom deze houding?

Al sinds onze start vorig jaar is onze belangrijkste bestaansreden het leveren van energie op een eenvoudige, transparante manier. We deden ook herhaaldelijk oproepen voor (politieke) actie tegen misleidende communicatie over energietarieven en -producten. Het consumentenakkoord dat vandaag voorgesteld wordt, is een stap in de goede richting. Toch kan Elegant niet akkoord gaan met enkele belangrijke passages in de finale tekst.

Er staan immers ook een aantal bepalingen in het akkoord die de huidige praktijken bestendigen. Goedbedoelde voorstellen als “De leverancier moet de consument op het einde van zijn contract het goedkoopste product aanbieden” of “Kortingen mogen nooit worden teruggevorderd” werden in de loop van de besprekingen, onder druk van FEBEG (de federatie van grote leveranciers), uitgehold zodat ze makkelijk te omzeilen zijn. Dat laat toe om wel te communiceren dat wantoestanden zijn aangepakt, maar tegelijk kunnen leveranciers gewoon hun ding blijven doen. Zij kunnen immers eenvoudig hun eigen interpretatie geven aan de bewuste artikels.

Concreet is bijvoorbeeld de term “goedkoopste product” vervangen door “goedkoopste equivalent product”. Dat is geen onschuldige toevoeging. Als de consument in een duur contract zat met enkele specifieke kenmerken, krijgt die gewoon opnieuw een contract met die specifieke kenmerken - dat hoeft helemaal niet hét goedkoopste tarief te zijn voor zijn verbruiksprofiel.

Nog een voorbeeld: “Beloofde kortingen mogen nooit teruggevorderd worden” werd “Verworven kortingen mogen nooit teruggevorderd worden”. Een korting die met veel getoeter werd beloofd, is pas verworven nadat alle kleine lettertjes werden nageleefd. Een korting in de praktijk misbruiken als verbrekingsvergoeding (lees: de korting terugvorderen als je op het verkeerde moment overstapt naar een andere leverancier) kan dus nog perfect.

Omdat het net dat soort dingen zijn waartegen Elegant blijft vechten, hebben we het nieuwe consumentenakkoord niet mee ondertekend. Dat zou immers betekenen dat we akkoord gaan met deze praktijken. We zullen het akkoord wel integraal naleven, sterker nog: op die punten die niet ver genoeg gaan, blijven we vasthouden aan volledige transparantie. Bij Elegant zal u dus nog steeds geen voorwaardelijke kortingen of tientallen verschillende tariefformules vinden. Wij houden het gewoon bij het leveren van groene stroom en aardgas, aan één en dezelfde prijs voor iedereen. En we lanceren binnenkort enkele gratis diensten, voor klanten en niet-klanten, die de lacunes in het akkoord helpen opvangen.

 

Het charter voor eerlijkere prijsvergelijking

Maandag 15 juli werd op de CREG een charter ondertekend voor eerlijkere prijsvergelijkers in de energiesector. Elegant steunde als enige het volledige charter, Lampiris tekende niet, en al de andere leveranciers tekenden enkel een bijlage met een bepaalde rekenmethodiek.

Waarom tekende Elegant het volledige charter, ook al is het niet perfect?

Elegant wil graag constructief meewerken aan volgende, uitgebreidere regels voor meer transparantie, omdat de volgende zaken volgens ons nog ontbreken:

We stellen vast dat Lampiris enkele van onze bezorgdheden deelt, maar daarom het charter juist niet ondertekende. Dat heeft zeker het voordeel van de duidelijkheid, en verdient respect. Er is inderdaad nog werk aan de winkel. Wij kozen ervoor om constructief te zijn en met dit signaal de inspanningen van de CREG voluit te steunen; uiteindelijk hebben alle kleine leveranciers (en daar horen we nog wel even bij) baat bij een sterke scheidsrechter op de energiemarkt.

elegant steunt als enige het volledige creg charter

 

Rekent Elegant teveel aan voor certificaten?

Vandaag staat in de Standaard een berichtje over energieleveranciers die te veel blijven aanrekenen voor groenestroomcertificaten. Op basis van een nochtans genuanceerd rapport van de VREG worden een aantal leveranciers bij naam genoemd. Ook Elegant komt voor in die “Foute Lijst”. Dus geven we graag wat duiding.

In het VREG-rapport staan een hele hoop tabellen, waaruit moet blijken dat er acht leveranciers (waaronder Elegant) teveel aanrekenen voor groencertificaten, en tien leveranciers (waaronder Elegant niet) teveel aanrekenen voor warmtecertificaten. Omgekeerd geldt echter ook dat acht leveranciers minder aanrekenen dan hun werkelijke kost voor groencertificaten, en zeven leveranciers (waaronder Elegant) minder aanrekenen voor warmtecertificaten. Belangrijk, maar slechts in de marge vermeld, is dan ook de som te maken van beide: “Het is dus best mogelijk dat [...] te hoge tarieven voor groenestroomcertificaten worden gecompenseerd door te lage tarieven voor warmtekracht.

Die som maken is niet zo moeilijk:

Kost van groenestroom- en warmtekrachtcertificaten per leverancier (bron: VREG)

Hieruit blijkt dat EBEM aan haar klanten de goedkoopste tarieven aanrekent voor de certificaten, en Luminus en Eni de duurste. Meer nog: klanten van Eni betalen 25% méér voor dezelfde certificaten dan klanten van EBEM, maar helaas voor EBEM staan zij eveneens in de Foute Lijst.

Met een kleurtje wordt het nog duidelijker:

Voor Elegant geldt dat door de VREG gerapporteerde kost 0,02 eurocent (!) per kilowattuur lager was dan de aangerekende prijs op de factuur. Dit is voldoende voor een vermelding in de Foute Lijst, terwijl Elegant wel op een mooie tweede plaats staat voor de totale kost (gedeeld met Lampiris, die met 0,024 eurocent “teveel” eveneens in die Foute Lijst terecht kwam).

Moraal van het verhaal: het is niet omdat in de krant staat dat je “teveel aanrekent”, dat je ook “meer aanrekent”.

[Edit 3 juli 2013] We kregen een schriftelijke reactie van de auteur van het rapport (VREG): “We zijn [...] blij dat jullie de nuance in het rapport, in tegenstelling tot de meeste (/alle) journalisten, onthouden hebben.“ 

Voilà, en dan nu terug over naar de orde van de dag.

Gasprijs “sp.a groepsaankoop” gekoppeld aan olieprijs

Opmerkelijk nieuws vorige week: Electrabel wint sp.a-groepsaankoop.

Eergisteren zijn ook de winnende tarieven bekend gemaakt op de website van Samen Sterker, het collectief dat de groepsaankoop organiseerde. En zoals gebruikelijk bij groepsaankopen zijn het inderdaad scherpe tarieven, zij het slechts voor één jaar geldig. Ook gebruikelijk, maar daarom niet minder vreemd: voor elektriciteit werd een vast tarief aangeboden, voor gas een variabel tarief.

Over die variabele gasprijzen was het voorbije jaar veel te doen.  De gasprijs voor consumenten was bij veel leveranciers gekoppeld aan de olieprijs, waardoor die de voorbije jaren sneller steeg dan de zuivere gasprijs op de groothandelsmarkt.

Gedurende gans 2012 voerde sp.a-minister Vande Lanotte een intensieve campagne tegen deze gas-olie-koppeling: “Ik verkoop u appelen. Maar als de prijs van de peren stijgt, gaat u meer betalen voor die appelen. En dat is schandelijk.

Uiteindelijk is die verplichte ontkoppeling er (nog) niet gekomen, en zitten we vandaag in een overgangsperiode. Dat is geen schande, een (olie-)tanker laten draaien gaat langzaam. Maar toch, het laatste dat je dan zou verwachten is dat het winnende gastarief van een “sp.a-groepsaankoop” anno 2013 nog gekoppeld is aan de olieprijs.

Rap even checken: onderaan de tariefkaart van de groepsaankoop staat de formule voor de winnende gasprijs: “0,00067+0,001xNGpi” waarbij NGpi staat voor 50% x TTF303 + 50% x GOL603/21,30.

Geen alledaagse wiskunde, maar gelukkig staat op de website van Electrabel een transparante uitleg: “GOL603 is het rekenkundig gemiddelde van de maandelijkse gemiddelden van de dagelijkse noteringen  [...] van stookolie 0,1% S gedurende de 6 maanden voorafgaand aan het trimester van levering, omgezet in €/ton.”

In mensentaal: de winnende gasprijs van deze groepsaankoop is voor 50% gekoppeld aan de olieprijs.

Voor alle duidelijkheid: dit is niet onwettelijk. En misschien niet eens nadelig voor de consumenten. Maar wel opmerkelijk, vonden wij. Want als de andere deelnemende leveranciers tijdens de veiling een gasprijs aanbieden die niet gekoppeld is aan olie, hoe beslis je dan wie het goedkoopste bod doet? Door appelen met peren te vergelijken?

Over de overbevolkte V-test

De V-test van de VREG is al jaren een vaste waarde voor zij die op zoek zijn naar een nieuwe energieleverancier. En dat is de slimme marketeers van de grote jongens niet ontgaan. Het is bijna een sport geworden om, naast de bestaande tariefformules, een tarief te verzinnen dat bijzonder goed scoort in die V-test – ook al wordt het niet actief aangeboden aan de consument.

We deden de V-test even voor een gewone klant die bij Elegant zo’n 1000 euro op jaarbasis aan stroom zou betalen. Dit is het resultaat, gesorteerd op prijs:

v-test

Eerste vaststelling: er zijn 12 leveranciers actief, en we hebben de keuze uit 35 producten (eigenlijk nog een pak meer, maar de producten niet onmiddellijk te krijgen zijn hebben we alvast weggelaten). De “koplopers” zijn eni, Luminus en Electrabel met respectievelijk 6,6 en 5 verschillende tarieven voor elektriciteit.

Tweede vaststelling: de top 3 van de V-test bestaat uit tarieven van … jawel: eni, Luminus en Electrabel.

De merknaam staat dus wel bovenaan in de V-test, maar ondertussen biedt men ook nog vijf andere tarieven aan die helemaal niét bovenaan staan, integendeel:

luminus

Zou het kunnen dat grote merken die typisch de duurdere prijzen hanteren, ook één goedkoop tarief in de V-test zetten om het blazoen op te poetsen? Zou het kunnen dat deze producten niet actief gepromoot (mogen) worden? Hoog tijd om de aanbevelingen van de SERV serieus te nemen en de VREG, die zich bewust is van deze problematiek, snel de extra middelen te geven die ze nodig heeft.

Want de V-test, die wordt wél actief gepromoot. En die is intussen te belangrijk geworden om uit handen te geven aan die slimme marketeers.

Hoe zat dat ook al weer met die prijsverlaging?

Electrabel kondigde in december 2012 spectaculaire prijsverlagingen aan, tot 10% voor elektriciteit en tot 16% voor gas. Bemerk het woordje “tot” en u begrijpt dat we er niet echt wakker van lagen.

Maar Electrabel heeft ook al enkele maanden een FixOnline tarief, waarmee het betrekkelijk goed scoort in eenvoudige prijsvergelijkers. Dus vroegen wij ons – net als de CREG blijkbaar – toch af: wat deed Electrabel met dat ene goedkopere tarief in 2013?

Op Electrabel.be vind je – na goed zoeken – de officiële prijzen voor contracten voor zes (!) verschillende tariefplannen. En dus ook voor FixOnline: elektriciteit (dec ’12, jan ’13 en feb ’13) en gas (dec ’12, jan ’13, feb ’13).

Wat blijkt? Voor elektriciteit zakte de zuivere kilowattuurprijs op 1 januari inderdaad met 6,4%. Op een gemiddelde stroomfactuur, waar de energiekost ongeveer 1/3 van uitmaakt, goed voor een daling van ruim 2%.

Maar in februari steeg de prijs voor een nieuw contract opnieuw met 12%, tot bijna 5% boven het niveau van december 2012. De stroomprijs voor een enkelvoudige teller was in december 7 eurocent/kWh, vanaf januari 6,551 eurocent/kWh en vanaf februari maar liefst 7,335 eurocent/kWh.

Voor gas zien we iets gelijkaardig: een daling van de kilowattuurprijs op 1 januari met 4%, gevolgd door een stijging met 3,3% op 1 februari (die wel gepaard gaat met 10 euro korting op het abonnement). In totaal inderdaad een zeer kleine daling, maar zeker niet “tot 16%”.

En wie zich eind december, dankzij het media-offensief, tot Electrabel FixOnline bekeerde, werd wellicht pas vanaf februari klant. Er moest immers een opzegperiode van 1 maand (januari dus) in acht genomen worden bij de vorige leverancier. Die bekeerling kon bijgevolg nooit van de kortstondig lagere januari-prijzen genieten …

Was de veelbesproken prijsverlaging dan gewoon een commerciële schijnbeweging? Eerlijk: wij hopen van niet. De energiesector verdient beter dan dit. Maar wat er ook van zij, dit versterkt nog maar eens onze overtuiging dat één transparant tarief, geldig voor onbepaalde duur en voor alle klanten gelijk, het meest correcte en duurzame antwoord is dat we mensen kunnen bieden op de huidige wildgroei aan tariefplannen in de markt.

Tussen Kerst en nieuw: bezoek van Kanaal Z

Na onze lancering eind april 2012 is het hard gegaan, héél hard. Kanaal Z was erbij op die eerste dag, en kwam een half jaar later nog eens kijken hoe het ons in tussentijd vergaan was. We hebben dan maar een flesje opengetrokken, als inleiding voor de reportage maar vooral ook ter ere van onze “vliegende start”.

Bekijk hieronder de volledige reportage (1’53″):