Echte slachtoffers van de mist rond de bevriezing: consumenten en kleine leveranciers

Zelden zoveel reacties gekregen als op het artikel over de slachtoffers van de prijsbevriezing, gisteren. Omdat we niet dezelfde fout willen maken als de auteurs van de bevriezingswet - zijnde onduidelijkheid laten bestaan over het punt dat we willen maken - deze bemerkingen:

1- Het artikel is niet gericht tegen Essent, of voor Lampiris en Eneco. Wel tegen de zeer onduidelijke bevriezingswet. Immers, Essent interpreteert de wet zeer strikt, terwijl Lampiris en Eneco er schijnbaar geen rekening mee houden. Daardoor kunnen ze vandaag nog een goedkoper maandelijks variabel tarief aanbieden, maar niemand weet wat met die tarieven zal gebeuren in de komende maanden …

2- Als we de toekomstige klanten van Essent het slachtoffer van de bevriezing noemen, dan is dat hierom: Essent heeft zich lang gepositioneerd als prijsbreker, al dan niet terecht. Wie vandaag klant wordt van Essent, zal geen goedkoop (variabel) tarief krijgen – niet omdat Essent dat niet wil, maar omdat ze het volgens hun interpretatie niet meer mogen aanbieden van de wetgever.

3- Bruno Venanzi, mede-oprichter van Lampiris, verwees op twitter naar ons artikel en gaf deze boodschap mee: “Essent augmente son prix du gaz juste avant le gel des prix de l’énergie”. Beetje flauw toch, want hij weet ongetwijfeld beter: het vaste tarief van Essent bestaat al veel langer dan vandaag, en is het goedkoopste vaste gastarief in de markt (wat op zich dan weer niet zo moeilijk is, omdat naast Essent enkel Electrabel en Nuon een vast gastarief aanbieden).

bruno venanzi tweet

 

 

 

 

De noodzaak om dit soort verduidelijkingen te geven bij enkele eenvoudige vaststellingen, toont nog maar eens hoeveel mist er rond die bevriezingswet (en de echte bedoeling ervan) hangt.

Het was misschien de bedoeling om met de Grote Bevriezing op nationaal niveau prijzen te blokkeren die op internationale markten gevormd worden, maar dat is economische nonsens. Als het daarentegen de bedoeling was om de consument toe te laten makkelijker prijzen te vergelijken, is dat helemaal mislukt. Er is een chaos gecreëerd waarvan niemand weet hoe lang hij zal duren, terwijl zowel de consumenten als de kleine leveranciers veel baat zouden hebben bij snelle duidelijkheid. Niet in het minst omdat in een bevriezingsperiode steeds meer ondergesneeuwd raakt dat een transparant variabel tarief altijd goedkoper is dan een vast tarief (zie artikel over CREG studie 1092).

Eerste slachtoffers van onduidelijkheid over de prijsbevriezing: de Essent-klanten

De Grote Bevriezing is ingegaan, gisteren op 1 april om middernacht. Er heerst echter nog steeds grote onduidelijkheid over de precieze modaliteiten. Normaal publiceren alle leveranciers elke maand een nieuwe tariefkaart, die publiek beschikbaar zijn op hun respektievelijke websites. Laten we die even raadplegen.

Minstens 1 grote (Luminus) en 1 kleine speler (Octaplus) kijken de kat nog even uit de boom en publiceerden nog niets in april. Electrabel en NUON deden dat al wel: zij verkopen nog steeds variabele contracten. We mogen waarschijnlijk aannemen dat deze traditioneel dure spelers genoeg marge hebben om een mogelijk langdurige blokkering te overleven.

Interessanter: wat doen de challengers Eneco, Lampiris en Essent?

De prijzen van deze drie leveranciers zijn in normale tijden heel vergelijkbaar, en zij zouden door hun kleinere marges ook meer problemen kunnen ondervinden met een langdurige prijsbevriezing.

Eneco en Lampiris doen alsof er niets is gebeurd, en bieden op hun nieuwe tariefkaarten nog steeds variabele gascontracten aan tegen hun oude tarieven, die maandelijks geïndexeerd worden. Business as usual dus, aan redelijk scherpe prijzen. (intussen achterhaald, zie edit onderaan)

Essent daarentegen neemt het zekere voor het onzekere en biedt enkel nog contracten aan met een vaste prijs. En dan is meteen duidelijk wie de dupe is: de vaste gasprijs die Essent aanbiedt (5,10 €c/kWh) ligt 30% hoger dan de variabele tarieven van Eneco (3,85 €c/kWh) en Lampiris (3,97 €c/kWh). Dat moet pijn doen bij deze prijsbreker – en haar toekomstige klanten …

essent vast tarief versus eneco en lampiris variabel

 

 

 

Een vast tarief is altijd duurder dan een variabel tarief, wist de CREG al te melden in een uitgebreide studie. De futures markt voorspelt op dit moment echter een piek over de komende 12 maanden die slechts 15 tot 20% hoger ligt dan het huidige prijsniveau. Maar neem het Essent eens kwalijk dat ze daar, met het huidige troebele beleid, nog 10% politiek risico bovenop doen …

[edit 9.04.2012 23u23] Eneco laat intussen weten dat de vermelde prijzen zullen gehandhaafd worden voor de periode van de bevriezing, en de geplande april-indexering niet toe te zullen passen (zie de comment op deze post, van Vincent De Dobbeleer, marketing manager Eneco).

[edit 2.04.2012 15u37] Belangrijke nuances: 1) De vermelde tarieven gelden uitsluitend voor nieuwe klanten, die een contract tekenen in april. Voor bestaande klanten van Essent zal gewoon de wet toegepast worden: hun (reeds scherpe) variabele tarief wordt bevroren op het niveau van 1 april, tot zolang de bevriezing van kracht is. 2) Vaste en variabele tarieven kunnen niet vergeleken worden, tenzij de variabele prijzen op het huidige niveau bevroren worden …

[edit 2.04.2012 14u51] Lampiris laat weten ook abonnementsformules van 35 € (“sweet”) en 30€ (“light”) te hanteren. Maar de energiekost is uiteraard doorslaggevend in deze analyse.

 

Niet treuren over “dooi”: een transparant variabel tarief is altijd goedkoper

Weer een illusie armer

De Grote Bevriezing is vandaag, enkele weken na de “lancering” in de pers, droogjes doorprikt . Woordvoerders van de regering haasten zich nu om te zeggen dat de bevriezing van de energieprijzen op zich nooit een doel is geweest. Uiteraard, want op nationaal niveau prijzen bevriezen die op de internationale markt gevormd worden, is onmogelijk. De bewuste studie van de CREG (nr 1134), waarop de hele saga werd gebaseerd, is op dat punt heel duidelijk. Het is alleen doodjammer dat het wel altijd als een echte bevriezing werd voorgesteld …

Logisch dat mensen zich nu bedrogen voelen (de commentaren onder de online krantenartikels liegen er niet om), en dat de ganse energiesector alweer vlot geassocieerd wordt met platte poenpakkerij.

Variabel is altijd goedkoper

Op het eerste zicht lijkt het natuurlijk een pak beter om je energieprijs één jaar lang vast te leggen, in plaats van een maandelijkse indexering toe te staan. In het eerste geval weet u één jaar lang precies hoeveel u zal betalen per verbruikte kilowattuur. Dat klinkt goed, maar er is een keerzijde. Om zich in te dekken tegen mogelijke prijsstijgingen op de energiemarkten, zal elke leverancier die een vast tarief aanbiedt een veiligheidsmarge inbouwen. In de “vaste” prijs zit dus een risicopremie, die hoger wordt naargelang het risico voor de leverancier groter wordt. En dat risico is: een prijsstijging van energie op de internationale markt gedurende de periode dat uw prijs vastligt.

variabel is altijd goedkoper

Typische evolutie energieprijs vast versus variabel

Een analoog systeem zie je bij de hypotheekrentes van banken, waar je als klant kan kiezen tussen variabele, semi-variabele en vaste rentevoeten. De vaste rentevoeten bieden langer zekerheid, maar zijn altijd duurder. Het ligt voor de hand dat dit ook geldt voor energie.

Niet elk werkstuk van de CREG wordt even gretig opgepikt door politici en de pers. Zo is er midden 2011, in volle vakantieperiode, een heel relevante studie (nr 1092) vrijgegeven, met als titel: “evolutie van de elektriciteitsprijzen op de korte- en langetermijnmarkt, 2010″. Interessante bedlectuur vinden wij, maar wie snel in slaap valt gaat best meteen naar p 56 van de 84, onderaan:

[...] het contract dat een jaar op voorhand wordt afgesloten, duurder is dan een contract dat een trimester op voorhand wordt afgesloten. Hoe langer op voorhand het contract wordt afgesloten, hoe hoger de risicopremie dus zal zijn.

Met andere woorden: een contract dat maandelijks geïndexeerd wordt op basis van marktprijzen, zal steeds goedkoper zijn dan een indexering per kwartaal, dat op haar beurt weer goedkoper is dan een indexering per jaar. Want inderdaad: een “vast” energiecontract, dat u een jaar lang een vaste prijs garandeert, is eigenlijk gewoon een jaarlijks geïndexeerd contract.

Transparantie is de sleutel

Wat is dan het échte probleem? Dat de indexeringsparameters die de grote leveranciers gebruiken, helemaal niet transparant zijn. De CREG heeft nu een paar maand tijd gekregen om een exhaustieve lijst met toegelaten parameters op te stellen, en leveranciers zullen verplicht worden om enkel deze parameters te gebruiken. Zo was het van in het begin bedoeld door de CREG, alleen is het nooit op die manier uitgelegd …

Na de Grote Bevriezing, de Grote Veiling?

In Trends pakt minister Van Quickenborne breed uit met de veiling van nucleaire capaciteit. En net zoals bij de Grote Bevriezing wordt er bij de Grote Veiling liefst zo weinig mogelijk gezegd over de exacte modaliteiten ervan.

Nochtans roept zo’n voorstel meteen een pak concrete vragen op over hoe die veiling zinvol kan georganiseerd worden. Even luidop denken:

mogelijkheid 1: we verkopen de nucleaire stroom aan de hoogste bieder.

In dat geval zal de prijs gelijk zijn aan de langetermijn marktprijs voor elektriciteit en geen enkel voordeel meer bieden aan de kopers. Maar daarnaast bestaat er ook een reële kans dat de gelukkige winnaars van de veiling vervolgens een volledig arbitraire nucleaire taks op hun bord krijgen. 250 miljoen – 550 miljoen – 1,2 miljard – wat zal het worden? Hoe verreken je dat in je biedprijs?

mogelijkheid 2: we verdelen de nucleaire stroom aan kostprijs verdeeld onder alle gegadigden.

Welke kandidaten komen in  aanmerking, en volgens welke verdeelsleutel? Het huidige marktaandeel van bestaande leveranciers lijkt dan een voor de hand liggende sleutel. Maar hoe kunnen die (marginale) marktaandelen dan nog groeien? En hoe krijgen nieuwe spelers op de markt dan een fair deel van de koek?

En als die andere leveranciers – de drie belangrijkste na EBL zijn: Luminus, Essent en Nuon - die stroom krijgen aan kostprijs, gaan ze die dan ook doorverkopen aan kostprijs zodat de consument echt wint? Of zullen ze gewoon op hun beurt de “superwinsten” naar hun respectievelijk Franse, Duitse en Italiaanse hoofdzetels doorsluizen?

Een goed idee zullen we hier nooit afbranden, en we hopen echt dat het dit keer wel deftig georganiseerd kan worden. Maar wat is het allemaal waard in een langetermijn businessplan, nu het nog altijd compleet onduidelijk is hoelang de kerncentrales nog openblijven na 2015?

Alle suggesties welkom … ook op het kabinet van Q, durven we te denken.

Groenestroomcarroussel (woord van het jaar?)

Op 29 februari wordt NUON door De Standaard beschuldigd van “zwartrijden op groene stroom“. Amper een dag later meldt De Morgen dat ook Electrabel “mogelijk” betrokken is bij een groenestroomcarroussel.

Zowel André Pictoel als minister Van den Bossche haasten zich om te zeggen dat dit systeem perfect legaal is, maar ook een teken dat er nog werk is aan de markt voor groenestroomcertificaten.

Van den Bossche voegt er nog aan toe: “Als de leverancier de winst op zak steekt is dat ronduit schandalig“.

 

Het is eerder uitzonderlijk in onze sector, maar dit is echt eenvoudig te na te rekenen. Leveranciers zijn immers verplicht om het bedrag dat ze aanrekenen aan hun klanten om te voldoen aan de certificatenverplichting te vermelden op hun tariefkaarten.

Op de tariefkaart van NUON “spaarstroom nature” staat een bijdrage van 1,49 eurocent per kWh, voor groene stroom en WKK samen. Dit is 14,9 euro/MWh, inclusief BTW.

De boeteprijzen in 2012 voor GSC en WKC bedragen resp. 118 euro en 41 euro. De verplichte quota zijn 8% voor GSC en 7% voor WKC. Met de rekenmachine: de maximale boete die NUON ooit zou moeten betalen is 118 x 8% + 41 x 7% = 12,31 €/MWh, zonder btw, of exact 14,9 euro/MWh inclusief btw. Eenvoudige vaststelling: NUON rekent de maximale boeteprijs door aan haar klanten.

Vogens de berichten koopt NUON de GSC’s bij de netbeheerder aan 90 euro en betaalt een compensatie aan de producent van 4 euro, in totaal 94 euro. Dit doorrekenen aan de consument aan 118 euro, staat gelijk aan ”een winst van 25% op zak steken“.

PS: het doorrekenen van de boeteprijs werd vorig jaar al aangeklaagd, met heuse huiszoekingen bij leveranciers tot gevolg. Toen bleek ook dat Electrabel de enige grote leverancier was die de certificaten correct doorrekende aan de klanten. We zeiden het al eerder: niet alles wat fout gaat in de wereld is de schuld van Electrabel. Maar ze zijn wel een mediageniek doelwit …

“Energieprijzen bevriezen” is echte aprilvis

Het werd al weken aangekondigd, en gisteren was het zover: de ministerraad heeft besloten om de energieprijzen voor negen maanden te bevriezen. Minister Vande Lanotte stelt dat dit een impact kan hebben van 4 tot 5 procent op de energiefactuur van “de mensen”, en volgend jaar nog meer. Iedereen blij: eindelijk worden de grote boze energiewolven aangepakt en de inflatie bedwongen.

Is de euforie terecht? Enkele eenvoudige vaststellingen temperen het enthousiasme toch enigszins.

1) Wie geen grondstoffen bezit, kan geen energieprijzen duurzaam bevriezen.

Aardgas en olie worden ingevoerd uit delen van de wereld die ofwel niet echt politiek stabiel zijn, ofwel er niet van wakker liggen hoeveel een Belg betaalt voor zijn energie, of beide. Het overgrote deel van onze elektriciteit wordt opgewekt uit fossiele brandstoffen, of – uiteraard – uit uranium. De enige “eigen” grondstoffen die we hebben om elektricteit te produceren zijn wind en zon – jammer genoeg benutten we die nog altijd maar voor een marginaal deel van ons verbruik.

Of je gasprijs thuis nu gekoppeld is aan olie, of alleen aan gas: uw energieleverancier koopt dat gas in het buitenland en zal daar een internationaal gevormde marktprijs voor betalen. Als de gasprijs, of de olieprijs, of beide, door het dak gaan omdat Ahmadinejad of Poetin slecht gezind zijn, zal onze Belgische regering daar niets aan kunnen doen. Echt niet.

Het belangrijkste zinnetje in het regeringsbesluit is misschien wel dit: “De regering zal de bevriezing echter kunnen opheffen, wanneer er een onvoorziene evolutie op de internationale markt van de grondstoffen plaatsvindt.”

2) De prijzen worden ook niet echt bevroren.

Niet alleen houdt de regering de deur op een kier om de bevriezing op te heffen wanneer ze dat wil. De CREG heeft gewoon tijd gevraagd (negen maanden) om de indexatieformules van de leveranciers, en vooral de daarbij gebruikte parameters, te controleren en te evalueren. Indien uit die evaluatie blijkt dat de formules en de parameters correct gebruikt worden, mogen ze ook gewoon doorgerekend worden aan de klant. U betaalt van april tot december weliswaar een vast bedrag, maar krijgt rekening gepresenteerd in januari 2013 (twee maand na de gemeenteraadsverkiezingen).

Samengevat: controle is goed, en heel erg nodig, en we kijken dan ook vol verwachting uit naar de resultaten van de CREG. Die zouden moeten leiden tot veel meer transparantie in de energiemarkt, want dat is - in tegenstelling tot een schijnbare prijsbevriezing - de enige échte duurzame bescherming van de consument.

Invloed van energie op de index

Energie is niet meer weg te branden uit het nieuws de laatste dagen. Tegelijk laait ook de discussie over de automatische koppeling van de lonen aan de index weer op. En er is uiteraard een verband tussen energie en de index. Maar omdat fact free politics ook hier steeds kwalijker vormen begint aan te nemen, doen we een poging om wat cijfers in het debat te gooien.

Op de website van de fod economie kan je eenvoudig een excel-file downloaden met de volledige samenstelling van de indexkorf en de maandelijkse waarden per onderdeel.

Hieruit blijkt dat de elektriciteitsfactuur voor consumenten een gewicht van 2,8% heeft in de totale gezondheidsindex, en aardgas 1,8%. Ter vergelijking: voedingsmiddelen wegen met 19,2% het zwaarst door, maar ook bijvoorbeeld recreatie en cultuur (12,4%) hebben een pak meer invloed dan energie.

Onderstaande grafiek, gedestilleerd uit dezelfde file, geeft de evolutie van de energieprijzen in de index weer sinds 2006, samen met de gezondheidsindex zelf (klik voor full-size):

Enkele eenvoudige conclusies:

Nog opvallender is de daling van de elektriciteitsprijs sinds juli 2011. Deze heeft dan ook – jammer genoeg – geen uitgesproken effect op de algemene index. Maar een overtuigend argument om elektriciteit uit de indexkorf te halen, is het evenmin.

Voor de volledigheid: onderstaande deze grafiek toont de evolutie van voeding en cultuur, die – logischerwijze – veel meer gelijk lopen met de evolutie van de totale index. Los van het feit of dit wenselijk is, lijkt de nieuwe piste om bijvoorbeeld huismerken van levensmiddelen meer gewicht te geven dan A-merken, een pak efficiënter om de index onder controle te houden.

Gasprijzen gekoppeld aan olie

De CREG, de federale energiewaakhond, is klaar met haar rapport over de energieprijzen die in België hoger liggen dan in onze buurlanden. Vande Lanotte en Wathelet kondigen meteen aan dat de energieprijzen niet meer geïndexeerd mogen worden dit jaar.

Minister Vande Lanotte verduidelijkte op de radio nog dat hij vooral de koppeling van de gasprijs aan internationale olieproducten viseert. Eerder in de Zevende Dag (7’30″) verwoordde hij het nog zo: ”Ik verkoop u appelen. Maar als de prijs van de peren stijgt, gaat u meer betalen voor die appelen. En dat is schandelijk“.

Het lijkt inderdaad niet logisch, al is het een pak complexer dan de appelen en peren gimmick. Als je de indexeringsformules van dergelijke producten bekijkt, valt op dat er meestal een mix gemaakt wordt van gas- en olieprijzen. De prijs van de appelen hangt dus deels af van de prijs van de peren, maar ook van de appelen zelf. Je zou evengoed kunnen argumenteren dat dit een dempend effect heeft op de prijsschommelingen van de appelen alleen. Het principe werkt immers in twee richtingen: als de peren goedkoper worden, betaalt u ook minder voor uw appelen.

Bijvoorbeeld: midden 2008 noteerde de olie bijna 150 dollar per vat, om vervolgens (samen met Lehman) te kelderen. Het klopt dan weer wel dat de olie de laatste jaren weer feller gestegen is dan de zuivere aardgasprijzen – vandaar dat de oliegerelateerde gasproducten al een tijdje duurder zijn dan de “zuivere” producten. Niemand kan echter voorspellen of dat nog lang zo blijft.

Voor de geïnteresseerde consument publiceren wij hier de lijst met aardgasproducten die voor een deel gekoppeld aan de prijs van olieproducten. De andere commercieel beschikbare aardgasproducten (van deze of andere leveranciers) worden verkocht aan tarieven gekoppeld aan internationale gasprijzen (appelen voor de prijs van appelen, dus), of vaste tarieven. U kan dan zelf beslissen van welke boer u eieren wil.

Gasproducten deels gekoppeld aan olieproducten:

  • Nuon Aardgas variabel
  • Nuon Spaargas budget
  • Luminus Actief Gas
  • Electrabel basisaanbod
  • Electrabel EnergyPlus
  • Electrabel GroenPlus variabel
  • Electrabel OptiBudget
  • Electrabel ServicePlus variabel

Laat gerust weten of we iemand vergeten zijn, of waar we ernaast zitten, dan passen we de lijst graag aan.

Energie-sprookje op voorpagina De Standaard

“Energie kan fors goedkoper” schrijft De Standaard vanochtend. En wel heel eenvoudig: doe gewoon mee met een groepsaankoop.

De laatste groepsaankoop, die in Antwerpen, werd gewonnen door Essent. Ruim 20.000 deelnemers gingen in op het aanbod en zijn nu klant bij datzelfde Essent, dat gisteren nog publiekelijk gebrandmerkt werd als leverancier met de slechtste dienstverlening. Maar goed, dat zou dus alleen maar beter mogen worden.

Veel erger zijn de cijfers die geciteerd worden. De tarieven van de groepsaankoop zijn een pak goedkoper dan het sociale tarief, aldus De Standaard: een gemiddeld gezin zou dankzij de groepsaankoop slechts 950 euro betalen bij Essent, tegenover liefst 1900 euro als het kan “genieten” van een sociaal tarief. Gevolg: een volledig editoriaal en een extra artikel over “sociaal tarief voor aardgas is dubbel zo duur“, en nog wat online buzz in de andere kranten en een minister in het radionieuws.

Straf. Maar toch even alles narekenen, denken we dan.

In onderstaande tabel staan de tarieven waarmee Essent de groepsaankoop heeft gewonnen naast de sociale tarieven die je makkelijk kan vinden bij de federale regulator CREG:

Op het eerste zicht is het sociaal tarief inderdaad een pak duurder. Maar die indruk is fout. In het sociaal tarief is het distributietarief mee inbegrepen, en zoals intussen genoegzaam bekend, is dat een belangrijke post op uw factuur.

Als we de nettarieven van IMEA (de grootste netbeheerder in het Antwerpse, dus geldig voor de meeste deelnemers van de groepsaankoop) mee in rekening nemen, dan ziet de correctere tabel er als volgt uit:

Deelnemers aan de groepsaankoop kunnen misschien wat goedkoper af zijn dan bij andere commerciële leveranciers; ze betalen zeker niet minder dan de sociale tarieven. En zo hoort het ook.

BESLUIT:

  • De sociale tarieven zijn goedkoper dan de andere, zelfs na een massa-veiling.
  • Wil de overheid de sociale tarieven nog goedkoper maken, dan zit er maar één ding op: de distributiekosten (en taksen) voor de sociaal kwetsbare groepen verlagen.

Voor de volledigheid wat uitleg over de rekenmethode:

VREG versus Electrabel – correctie

De VREG publiceert sinds vandaag de resultaten van een zelf ontworpen vergelijkende test, die de dienstverlening van energieleveranciers in kaart brengt. Ecopower scoort het best – proficiat! – maar ook Electrabel doet het zeer goed. “Dat komt omdat er veel passieve klanten bij Electrabel zitten, die hun factuur niet uitpluizen”, zegt de VREG daarover in HLN.

Nu, als het goed is, mag het toch ook gezegd worden? Niet alles wat fout gaat in de (energie-)wereld, is de schuld van Electrabel. Ze zijn monopolist, en te duur. Véél te duur. Maar daar staat – volgens de nagelnieuwe VREG-test – blijkbaar toch een correcte dienstverlening tegenover.

UPDATE [4 jan 2012 - 16:55]: VREG laat weten verkeerd geciteerd te zijn in het Laatste Nieuws. Ze benadrukken neutraal te zijn, en geen partij te kiezen pro of contra de ene of de andere leverancier. Bij deze onze excuses – we hadden onze bron (HLN) beter moeten checken … en DS en DM en de VRT dus ook …

« terugblijven zoeken »